Na drie maanden ben je oud nieuws
In april 2024 ben ik omgevallen. Burn-out, al vond ik dat woord toen aanstellerij, tot ik op een dinsdagochtend op de parkeerplaats van mijn werk in de auto zat en er niet meer uit kwam. Letterlijk. Ik bleef zitten tot half elf en toen ben ik naar huis gereden.
De eerste weken was het medeleven groot. Kaartjes, appjes, twee collega's die langskwamen met een plant. Mijn zwager die belde of ik zin had om te vissen. Ik was er niet toe in staat maar het deed goed.
Na een maand werd het minder. Na drie maanden was het stil.
Ik snap het wel. Mensen hebben een script voor iets kortdurends. Griep, een gebroken been, een sterfgeval: dan weten ze wat je doet. Voor iemand die maandenlang thuis zit en er van buiten prima uitziet bestaat dat script niet. Dan wordt het ongemakkelijk, en mensen wijken uit voor ongemak.
Maar dit is het punt dat ik wil maken: juist na die drie maanden begon voor mij het zware deel.
De eerste maanden zit je nog in een soort crisisstand. Er is adrenaline, er zijn afspraken bij de huisarts, er gebeurt van alles. Daarna komt de lange saaie hersteltijd waarin je dag na dag na dag niks kunt en waarin je gaat denken dat het nooit meer overgaat. Dat is wanneer je iemand nodig hebt.
Dus als je iemand kent die ziek is of thuis zit: stuur juist in maand vier een bericht. Niet met een vraag hoe het gaat, want daar heeft hij geen antwoord op. Gewoon iets kleins. Ik denk aan je. Zal ik donderdag koffie komen brengen.
Dat is wanneer het nodig is en dat is precies wanneer niemand het doet.
4 reacties
Dit geldt letterlijk ook voor rouw en ik wou dat iemand het zo tegen mijn omgeving had gezegd.
Maand vier, vijf, zes. Dan is de begrafenis geweest, de kaarten zijn opgeruimd, iedereen is weer over tot de orde van de dag. En dan pas dringt bij jou door dat het permanent is.
De eerste maanden was ik vooral aan het regelen. Verzekeringen, de bank, kleren wegdoen. Ik had het druk met dood zijn. Toen dat klaar was begon het pas.
Dit zou een affiche moeten zijn in elke huisartsenpraktijk. Maand vier.
Ik zie het in het verpleeghuis ook, alleen dan uitvergroot. De eerste weken na een opname is het een komen en gaan van familie. Na een half jaar zijn er bewoners bij wie helemaal niemand meer komt. Dezelfde curve, alleen wonen die mensen niet meer thuis en kunnen ze er zelf niks aan doen.
Ik ga dit onthouden en ik ga het ook toepassen, want ik heb zelf ook te lang gedacht dat ik niet moest storen.
Een buurvrouw van mij is vorig jaar geopereerd en ik heb in de eerste week een kaartje gebracht en daarna niks meer, omdat ik dacht dat ze wel rust wilde. Dat is een vorm van beleefdheid die eigenlijk laf is. Je doet het niet voor hen, je doet het omdat je zelf niet weet wat je moet zeggen.
Ik heb haar vorige week gebeld. Dat had ik acht maanden eerder moeten doen.
Precies zo ging het bij mijn scheiding. Iedereen is er in week een. Iedereen wil weten wat er gebeurd is.
En dan komt de fase waarin er niks meer te vertellen valt omdat het gewoon je leven is geworden. Daar is geen nieuws in en dus komt er ook geen belangstelling meer. Terwijl het dan pas echt begint te wegen.
Jeroen, ik ben blij dat je halve dagen weer werkt.