Naar de inhoud

Mijn verhaal

Mantelzorg vreet je sociale leven op zonder dat je het merkt

Ineke Visser Alkmaar - op 2 juni 2025 Meer van Ineke Visser

Zeven jaar heb ik voor mijn moeder gezorgd.

Het begon klein. Een keer per week boodschappen, want ze durfde met de auto niet meer. Toen ook stofzuigen. Toen de administratie, want de blauwe enveloppen bleven ongeopend liggen. Toen medicijnen uitzetten. Toen twee keer per dag langs. Toen vier keer.

Het punt van mantelzorg is dat er nooit een moment is waarop je besluit dat je mantelzorger bent. Het schuift op, elke maand een beetje, en er is geen dag waarop je denkt: nu is het te veel geworden.

Wat er ondertussen gebeurt is dit. Je zegt een verjaardag af. Dat is niet erg, dat is een keer. Dan zeg je een weekendje weg af. Dan die cursus waar je je op verheugde. Dan een verjaardag van iemand anders. En op een gegeven moment bellen ze je niet meer, en dat is niet onaardig bedoeld, dat is logisch, want je zegt toch altijd nee.

Mama is in mei 2024 overleden. Ze was 89 en het was goed zo, dat meen ik echt.

En toen had ik ineens twintig uur per week over. En een telefoon die niet ging.

Dat was veel erger dan ik had verwacht. Ik had er zo naar verlangd om weer tijd te hebben, en toen ik het had wist ik niet waarvoor. Ik heb de eerste maanden vooral in huis gezeten en de administratie van iemand die dood is uitgezocht.

Ik ben nu ruim een jaar bezig het weer op te bouwen. Zwemclub op dinsdag en vrijdag. Sinds het najaar een boekenclub. Hier een paar mensen leren kennen.

Maar wat ik eigenlijk wil zeggen is dit, en dan spreek ik iedereen aan die iemand kent die mantelzorgt: blijf bellen. Ook als ze twintig keer nee zeggen. Want ze zeggen geen nee tegen jou, ze zeggen nee tegen die avond. En op de dag dat het voorbij is heb je iemand nodig die er nog is.

5 reacties

Marieke Veldkamp op 3 juni 2025

Ik werk in de zorg en ik zie dit elke week gebeuren, en toch heb ik het nooit zo helder gezien als nu je het opschrijft.

Wij hebben het in het verpleeghuis vaak over de bewoner en over hoe het met de familie gaat, maar dan bedoelen we of ze het aankunnen. Niemand vraagt of ze nog een leven hebben.

Dat van dat opschuiven is precies waarom mensen ook geen hulp vragen. Er is geen moment waarop het ineens te veel is, dus er is ook geen moment waarop je vindt dat je er recht op hebt.

Wilma op 3 juni 2025

Blijf bellen. Ja. Dat is het.

Ik heb in de thuiszorg zoveel dochters gezien die er kapot bij liepen en die tegen mij zeiden dat het wel ging omdat ze dat tegen zichzelf ook zeiden. En als de moeder dan overleed zag ik ze nooit meer, en pas nu bedenk ik me dat dat voor hen het moment was dat alles wegviel.

Ineke, u heeft dit goed opgeschreven. Ik zou willen dat ik dit dertig jaar geleden had gelezen.

Jeroen van den Berg op 4 juni 2025

Wat goed dat je die zwemclub gewoon hebt gedaan. Dat is de stap die veruit het moeilijkst is, want je moet ergens binnenlopen waar iedereen elkaar al kent en waar jij de nieuwe bent.

Ik heb daar zelf maanden over gedaan. Ik ben drie keer naar de parkeerplaats van een wandelgroep gereden en drie keer weer weggereden.

Hoe lang duurde het bij jou voordat het niet meer ongemakkelijk was?

Ineke Visser op 5 juni 2025

Jeroen, eerlijk antwoord: ongeveer vier maanden.

De eerste keren kleedde ik me om, zwom ik mijn baantjes en ging ik weer weg zonder iets te zeggen. Dat is denk ik ook prima. Je hoeft niet meteen aan te haken, je moet er eerst gewoon een paar keer geweest zijn zodat je gezicht bekend wordt.

Het omslagpunt was dat iemand op een dinsdag zei dat ik er vrijdag niet was geweest. Toen was ik iemand die er hoort te zijn.

Annelies de Wit op 5 juni 2025

Ineke, je zei laatst tegen me dat het twee stappen vooruit en een terug gaat. Ik denk daar nog vaak aan.

Want dat is nog steeds vooruit. Ik betrapte mezelf erop dat ik alleen die ene stap terug telde.

Wil je reageren? Meld je gratis aan of log in.